Brief aan God
 
Hoogeachte hemelse Vader,
Met enige vrees begin ik een brief aan U. Ik ga hem publiceren en hier en daar voorlezen, zodat het niet alleen een brief is tussen U en mij. Dat stempelt natuurlijk de inhoud. Toch wil ik dat het echt een brief aan U is, een brief waarin ik U een aantal dingen wil zeggen.
Waar komt mijn vrees vandaan? Het is niet niks om aan U te schrijven. De Bijbel zegt over U dat U de Heilige bent, en groot, almachtig, ontzagwekkend. Ik voel me een stofje in Uw universum bij deze omschrijvingen. Wat ook spannend is, is dat U al meeleest met het schrijven van de brief, en U leest ook mee wat ik later weer schrap omdat ik dat liever niet met mensen deel. Of wat ik toch een beetje orden of herschrijf, omdat het wel een mooie tekst moet zijn. Het is ook wel een beetje vreemd om een brief te schrijven aan iemand die mij helemaal doorgrondt, die me beter kent dan dat ik mezelf ooit zal kennen. Het voelt wat overbodig, maar toch wilt U dat we dingen met U delen, dat we zeggen wat we op ons hart hebben.
Hoewel U zo groot en machtig bent, bent U ook onzichtbaar. Ik kan U niet aanraken, geen foto van U maken en ik kan de brief niet sturen naar bijvoorbeeld de Abraham Kuyperstraat 25. Ik hoef de brief niet op te sturen, maar als ik het wel zou moeten doen, zou ik niet weten waarheen. Zomaar ‘Aan God’ erop zetten, betekent dat mijn collega’s van EO-Nazorg hem ontvangen en voor mij gaan bidden. Een aantrekkelijk idee, want bidden kunnen ze daar wel, bij Nazorg. Zij hebben volgens mij een glasvezelverbinding met de hemel. Net als sommige andere collega’s of mensen die ik ontmoet in mijn werk. Mijn inbelverbinding hapert nogal eens en ik moet toch echt steeds weer inbellen met alle gedoe van dien. Kan ik die vaste verbinding niet ergens bestellen? Dat zou ik eigenlijk, nu ik U toch schrijf, graag eens willen regelen. Ik heb er al vaak voor gebeden, maar juist op die momenten lijkt het stiller te blijven dan ooit. Zou die ultieme ervaring, die golf van goddelijke liefde een keer mogen neerdalen? Het zou me helpen een beter christen te zijn. Het zou me helpen om U vaker te zoeken, beter te bidden en meer van de Bijbel te vatten. 
(Nu ik daar zo weer over na loop te denken, schiet me ook die andere gedachte weer te binnen. Zou U er iets mee voor hebben, met mijn simpele inbelverbindinkje? Zegt dat iets over Uw bedoeling met mijn leven? Of probeer ik nu excuses te vinden? Loop ik een alibi te zoeken om maar niet te geestelijk te hoeven worden? Ik kan me voorstellen dat er mensen op aarde nodig zijn die U wel kennen, maar die nog kunnen praten met mensen die zoekende zijn. Omdat ze zelf nog zo zoekende zijn zijn ze in staat om mensen te begeleiden op hun eerste geloofsstappen. Het is zomaar een gedachte waar ik mezelf wel eens mee troost. Ik zou U kunnen vragen om dit aan mijn hart te bevestigen, maar dat zou betekenen dat ik een zekerheid krijg waarmee deze rol tegelijk ook weer van de baan is. Ik zal proberen met deze onzekerheid te leven.)
Geloven in U vind ik dus lastig. Al vanaf dat ik een kind was, was ik overtuigd van Uw bestaan. Daar zitten mijn twijfels ook niet. Mijn ouders hebben me laten dopen en daar ben ik ze dankbaar voor. U was er eerst en toen kwam mijn geloof pas ter sprake. Andersom zou het niets geworden zijn. Ik kan me een leven zonder U ook moeilijk voorstellen. Stel je voor dat ik slechts het resultaat zou zijn van een toevallige samenloop van omstandigheden waaruit ik op een dag ben ontstaan. Wat een schamele persoonlijkheid zou dat opleveren. En waarvoor zou ik dan moeten leven? Maar, een relatie onderhouden, dat vind ik lastig. Leven met U zoals ik dat anderen soms zie doen. Vol vertrouwen en vol zekerheid over wat U hen zegt en wat Uw bedoelingen zijn. Het lukt me niet, ik heb te veel vragen. En als ik antwoord krijg, wat U soms wel eens wilt doen, dan liggen er al weer tien nieuwe vragen klaar. Vragen die U vaak gesteld zullen worden, vermoed ik zo. Ik neem tenminste aan dat ik niet de enige ben die niet snapt waarom de een wel en de ander niet... Dat soort vragen. Waarom gaat het ene kind wel geloven en de ander niet? Waarom ontvangt de een een wonderlijke genezing en de ander niet? Mensen geven soms antwoorden, maar ik blijf het onrechtvaardig vinden. En van Uw kant komt het antwoord niet. Of heb ik er in mijn hoogmoed overheen gelezen? 
U bent dus onzichtbaar, maar Uw Zoon was hier wel. Gelukkig maar. Zonder dat zou het geloof in U niet vol te houden zijn. Doordat we U in Jezus hebben ontmoet, zo concreet en zo mensenlijk, daardoor kan ik me een beetje voorstellen wie U bent. En U zegt dat het genoeg is. Dat het offer wat Jezus bracht voldoende is. Zodat ik alleen maar mijn lege hand hoef op te houden om hem door U te laten vullen. Daar begrijp ik niets van, maar U vraagt simpel die overgave.
Ik ga mijn brief aan U beëindigen. Of ik nog een keer schrijf, dat weet ik nog niet. Voorlopig houd ik het maar bij bidden en bijbellezen. Ik neem me voor daar enige regelmaat en discipline in aan te brengen. Dat helpt tegen twijfel en aanvechting. En dat komt U ook toe. De Bijbel zegt dat Uw trouw en Uw liefde eindeloos zijn. Ik kan niets doen om Uw liefde groter te maken. En ik kan ook niets doen om Uw liefde kleiner te maken. Daar begrijp ik ook niets van, maar diep van binnen weet ik dat het waar is. Diep van binnen is het de kurk waar mijn leven op drijft.  En daar dank ik U hartelijk voor. 
Hier laat ik het maar bij.
Groeten van Arie

Onderdeel van een lezing over geloofstwijfel voor het gemeenteweekend van hervormd Ermelo, juni 2007.
Brief aan God
dinsdag 21 augustus 2007