Geloven in literatuur
 
Christelijke romans zijn er genoeg. Maar waarom is er zo weinig christelijke literatuur? Het wordt hoog tijd dat daar verandering in komt. Het moet toch mogelijk zijn een paar goede christelijke schrijvers in de Bruna Top-10 te krijgen?
Vlak voor de vakantie moet ik altijd even langs de bibliotheek en de boekhandel. Als ik vrij ben, moeten er boeken gelezen worden. Liefst een beetje dik en als het even kan, moet het literatuur zijn. Meestal slaag ik er in een stapel te verzamelen waar ik wel een half jaar vakantie voor nodig heb. ‘In ieder geval keuze genoeg,’ overtuig ik mijn vrouw als ik de krat naar de auto sleep.
In de boekhandel gaat mijn zoekende blik altijd eerst langs de top-10 of top-20, al naar gelang de winkelketen waar ik binnenloop. Eerst even kijken wat Nederland op dit moment wil lezen. En dat valt vaak niet mee. Tussen werkelijk briljante boeken, zoals bijvoorbeeld De schaduw van de wind van Zafon en natuurlijk Siebelink, liggen de stapels Saskia Noort, Kluun en Heleen van Royen. Prettig leesvoer als je van snelheid houdt en niet om inhoud geeft. Maar als de droevige seksscènes en de volstrekte leegte waar deze auteurs het van moeten hebben maatgevend zijn voor de stand van de vaderlandse literatuur, dan gaat er iets niet goed.
 
Het christelijke geloof is in de meeste boekhandels verbannen naar het kastje religie of godsdienst. Christelijke romans zijn vrijwel niet te vinden in de algemene boekhandel. Natuurlijk staan Willem Jan Otten, Vonne van der Meer en Harmen Wind er wel. Voor hen een eervolle vermelding! Maar dan ben je er al bijna doorheen.
 
Voor christelijke boeken is er sinds een paar jaar een eigen fictie top-10. Wat me opvalt, is dat deze vrijwel helemaal door vertaald Amerikaans spul wordt gedomineerd. Af en toe staat er heel bescheiden een Nederlander tussen, zoals Els Florijn of Sjaak Verboom, maar hun verkoopcijfers kunnen niet tippen aan kanonnen als Francine Rivers en Randy Alcorn. En de christelijke boekenwereld doet er nog een schepje bovenop: Engelsman Adrian Plass tekent voor het christelijke actieboek van 2007. Daar heb ik op zichzelf weinig tegen, want de meeste van zijn boeken heb ik met instemming en veel plezier gelezen. Maar waarom geen schrijver van eigen bodem gevraagd? Wil men niet investeren in eigen talent? Is dat te riskant?
 
Literatuur is belangrijk en niet alleen voor de ontwikkeling van de taal. Of je er van houdt of niet, door literatuur gaan we het leven beter begrijpen. Daar is het voor bedoeld. Moderne literatuur is dan ook een goede graadmeter hoe mensen van deze tijd denken, leven en geloven. Verplichte kost voor iedereen die zich met de verkondiging van het Evangelie bezighoudt. Een goed verhaal laat zijn personages diep gaan en zoeken naar zin, vergeving, een weg door het leven. Zoals het ook in het echte leven toegaat. Goede literatuur gaat over het rauwe leven.
Het christelijke geloof gaat als het goed is ook over het rauwe leven. Daar moet dus mooie literatuur over te maken zijn. Boeken die ook voor niet-gelovigen aantrekkelijk zijn om te lezen. En toch lukt dat maar heel mondjesmaat. Hoe komt dat? De Schepper zal toch zeker wel talent hebben gegeven?! Zijn schrijvers bang voor kritiek en afwijzing? Of willen uitgevers geen risico’s lopen?
 
Onlangs haalde een Amerikaans boek het wel: Gilead van Marilynne Robinson. Een mooi en kwetsbaar boek, doordrenkt van het christelijke geloof en in Amerika goed voor de prestigieuze Pulitzer prijs. Voor de Nederlandse seculiere markt iets te weinig spectaculair om echt door te breken, maar toch... Het wordt hoog tijd dat Nederlandse christenen de literatuur serieus gaan nemen en aanwezig zijn in het literaire circuit. Daar is wel lef voor nodig. En begrip. Gilead bewijst dat het kan.
 
Auteur: Arie Kok
copyrights: Evangelische Omroep
Geloven in literatuur
Commentaar Visie 34, augustus 2006