De klok - Iris Murdoch
 
Een lekengemeenschap in opbouw krijgt twee nieuwe gasten. Tijdelijke gasten, die de zomer over komen logeren. Het wordt hun ondergang. Niet dat de gasten zo speciaal zijn. Het is meer dat ze de zwakten van de gemeenschap op een natuurlijke en voor de hand liggende manier blootleggen. Het naburige klooster is Benedictijns. Daar gaat het boek mank, door er een veel strengere orde van te maken dan Benedictijnen zijn. Niettemin brengt het wat mysterie in het boek. Het klooster krijgt een nieuwe klok. De huidige is een tussenklok, want de oude klok is eeuwen geleden in het het meer verdwenen. De nieuwe klok wordt feestelijk onthaald, maar de oude klok duikt ook op. Het leidt tot de ontknoping van het boek, waarbij de gebeurtenissen over elkaar heen tuimelen. Daarna had Murdoch een punt mogen zetten, maar ze schreef nog zo’n dertig bladzijden. Hierin gebeurt weinig meer dan het afbouwen van de lekengemeenschap. En dat was het dan. De klok is een typisch jaren vijftig boek: wat breedsprakerig qua stijl en de wilde jaren zestig hadden hun seculariserende werk nog niet gedaan. De manier waarop Murdoch homoseksualiteit verwerkt, zal voor die tijd vooruitstrevend geweest zijn. Voor nu klinkt het wat braaf. De klok leest als een trein, een vlotte stijl en qua opbouw niet te complex.
De Klok - Iris Murdoch
21 maart 2007