Alle rivieren stromen naar de zee - Elie Wiesel
 
Het zijn slechts memoires, maar Wiesel schrijft zo magistraal dat het een groots boek geworden is. Wiesel zet in bij de dood van zijn vader, waarmee hij een rode draad door het boek trekt. De Hongaarse jood van geboorte, die later in Frankrijk ging wonen en nu in Amerika leeft, wil de doden laten spreken. Te beginnen bij zijn eigen vader, een orthodoxe rabbi. Als hij 16 is wordt Wiesel met zijn familie uit zijn geboortedorp gehaald en op de trein gezet naar Auschwitz. Zijn moeder en jongste zusje worden direct vergast, zijn twee zussen blijken later overleefd te hebben. Elie komt met zijn vader in het werkkamp Buchenwald terecht. Nooit was hij dichter bij hem dan toen. Maar zijn vader sterft aan de ontberingen. Waarom overleefde Elie wel? Dat is de grote vraag die hem zijn leven lang drijft. Om het verhaal van de doden te vertellen? Namens hen? 
Kun je in God geloven na Auschwitz? Dat is de meest indringende vraag die Wiesel aan de orde stelt. Het antwoord bestaat niet. Wel een wedervraag: Kun je niet in God geloven na Auschwitz? Dan zou er immers slechts een wrede lege wereld overblijven? Wiesel wil dit slechts als vraag accepteren. Een Jood wordt namelijk niet afgerekend op het geven van het goede antwoord, maar het stellen van de goede vraag. ‘Alle rivieren stromen naar de zee’ is een rijk en inspirerend boek. Het is makkelijk geschreven en daarmee zeer toegankelijk.
Alle rivieren stromen naar de zee - Elie Wiesel
maandag 30 juli 2007