Extreem luid en ongelooflijk dichtbij - Jonathan Safran Foer
 
Twee jaar geleden las ik dit originele boek voor het eerst. Nu we er in de leesclub mee bezig zijn, las ik het nogmaals. Wat is dit ongelooflijk creatief. Foer gaat aan de slag met de verwerking van de aanslagen van 11 september. Hoofdpersoon is de hoogbegaafde Oskar. Zijn vader is overleden bij de aanslagen. Door middel van voorwerpen die zijn vader nagelaten heeft, gaat hij op zoek naar herinneringen. De creativiteit van Oskar kent nauwelijks grenzen. De grappigheid van zijn gedachten staan in een schril contrast met het verdriet en de trauma’s bij hemzelf en zijn familie. Het maakt het boek aangenaam om te lezen. Ondertussen wordt het verhaal van Oskars opa en oma verteld. Beiden hebben het bombardement op Dresden meegemaakt en proberen met hun trauma te leven. Opa is stom geworden en communiceert nog slechts met briefjes. Sinds de geboorte van zijn zoon heeft hij het huis verlaten, de liefde ontvlucht uit angst om het weer kwijt te moeten raken. Oma is een slechtziende stille figuur bij wie Oskar veel troost vindt. Foer gaat heel knap met zijn plot om en doseert precies genoeg om het tot het eind spannend te houden. Uiteindelijk is dit een roman over eenzaamheid en verwerking van verdriet. Doordat Foer focust op de individuele verwerking van emoties, komen de grote gebeurtenissen (9/11, Dresden, Hiroshima) zelf niet uit de verf. Is dit bewust? Toont zich hier de postmoderne schrijver die een fragmentarisch, op indivuele emoties gebaseerd wereldbeeld opbouwt?
Jonathan Safran Foer
donderdag 9 oktober 2008