Soms slaat een boek je van de sokkel. Zo’n boek is ‘Het Lam’ van de Nederlandse Amerikaan Peter de Vries. Het verscheen al in 1961, maar is nu opnieuw vertaald door Reinier Sonneveld. Een opmerkelijke uitgave voor een christelijke uitgeverij.
Hoofdpersoon Don Wanderhope is zoon van een immigrant tegen wil en dank. Zijn vader was op de heenreis van een familiebezoek zo zeeziek dat hij niet meer terug wilde. Met die opening is de toon gezet. In ‘Het Lam’ tuimelen sarcastische grappen en de meest diepzinnige mijmeringen over elkaar heen. Wanderhope leeft in een gezin waarin het gereformeerde geloof herkenbaar aanwezig is. Als zijn recalcitrante en ongelovige broer Louie sterft - Dan is dan een jaar of elf - weet hij het zeker: God bestaat niet. Hij leidt een leven van veel vrolijkheid en schelmenstreken. Totdat hij in een sanatorium terechtkomt en daar leert wat verliefdheid is. Maar als het meisje op een dag overlijdt, wordt Wanderhope overspoeld door moeilijke vragen. Bestaat God? Hoe kan hij dit toelaten?
Kort daarop trouwt Wanderhope en krijgt hij een dochter. Zijn vrouw is zo depressief dat ze op een dag besluit uit het leven te stappen. Wanderhope wijdt sindsdien zijn leven aan zijn dochter Carol, een vrolijk en levenslustig kind. Maar de wanhoop slaat toe als ze leukemie krijgt en vreselijke behandelingen moet ondergaan. ‘Ik vraag u, mijn Heer, toestemming om te wanhopen,’ roept Wanderhope. ‘Op grond waarvan? Het elfje is nu een trol. De ruggengraat is weg. Ze leeft op haar borstbeen.’ De monologen van Wanderhope en de gesprekken tussen ouders in de kliniek gaan door merg en been. Vooral aan de ongelovige Stein kan Wanderhope zich schuren, want zoetsappige vroomheid kan hem die dienst niet verlenen. Als Carol uiteindelijk sterft, loopt het verhaal uit op het meest bizarre gevecht met God dat ik ooit gelezen heb.
Goede literatuur ontregelt je en laat je nadenken over je eigen leven. In deze rubriek heb ik me er regelmatig over beklaagd dat er te weinig christelijke literatuur is die dat doet. Gelukkig is er nu ‘Het Lam’. Maar wees wel gewaarschuwd: het is een verhaal met rafelranden, een boek dat voortkomt uit de krochten van de wanhoop. Een boek wat pijn doet bij het lezen. Niet alleen omdat de zonde er welig in tiert, maar ook omdat het iets doet met je vertrouwde godsbeeld. Het is al helemaal geen bekeringsverhaal en het loopt ook niet goed af.
Waarom heeft dit boek me dan toch zo geraakt? Omdat ‘Het Lam’ me er bij bepaalt dat geloven soms weinig van doen heeft met begrijpen, maar veel meer met vastklampen. Geloven in een messias aan een kruis is vreemd, voor Joden een aanstoot en voor Grieken een dwaasheid. Dat we er vaak iets anders van proberen te maken, zegt vooral iets over onszelf, onze onzekerheid en ons verlangen naar een overzichtelijke wereld en een begrijpelijke God. Maar de werkelijkheid zit anders in elkaar. Op de moeilijke momenten in het leven begrijpen we niets van Hem en rest ons slechts onze lege handen naar Hem uit te strekken.
‘Het Lam’ laat ons in de spiegel kijken van onze eigen gelikte vroomheid, die vaak oorzaak is van de kloof tussen ons en wanhopige mensen die God zo verschrikkelijk nodig hebben. Als boeken dit effect hebben, doe me er dan nog maar een paar.
Arie Kok
Deze recensie verscheen eerder als hoofdredactioneel commentaar in EO-Visie, oktober 2008.