De wandelaar - Adriaan van Dis
 
Een brandende hond springt uit een brandend huis in de armen van Mulder, die net bezig is met zijn dagelijkse wandeling door Parijs. Van schrik noemt de nette rentenier van zestig zich Nicolas Martin. ‘Andersmans naam en andermans hond, ze hoorden voorlopig bij elkaar.’ De hond, die hij maar geen naam wil geven, opent een nieuwe wereld voor Mulder, de andere kant van Parijs. Het Parijs van illegalen en verschoppelingen. Ze blijken nobel te zijn en beheersen de levenskunst op hun eigen manier. De hond leidt Mulder, heeft hem aan de riem in plaats van andersom. Het tekent de man: een personage met weinig ruggegraat. ‘Ik mis elke overtuiging.’  
De saaie en voorspelbare Mulder wordt meegenomen in een wereld die hij niet kende. Geconfronteerd met situaties van onrecht moet hij wel handelen. Zijn geluk blijft tijdelijk en zijn hoogtepunten beleeft hij in zijn fantasiewereld. Toch wandelt Mulder het verhaal uit als een andere man. ‘Hij liep alleen en zag en rook alles.’
Van Dis heeft met De Wandelaar een prachtig boek geschreven. Zijn stijl is soepel, in korte en poëtisch zinnen. De voorvallen zijn soms grappig en komen natuurlijk voort uit het verhaal. Spannend is het boek niet, zodat het niet altijd dwingt tot doorlezen. Voor fijnproevers van een mooie stijl dus.
De Wandelaar - Adriaan van Dis
vrijdag 27 april 2007