De kleine wereld van Gerbrand Bakker
 
Gerbrand Bakker is behalve schrijver ook hovenier. En dat is terug te lezen in zijn romans. Hollandse tafelreeltjes, sloten, perenbomen, ezels en kraaien. Dat is de kleine wereld waarin Bakker de misère van het gewone leven uitbeeldt. Enige jaren geleden, toen Bakker nog als ondertitelaar bij tv werkte, verscheen het jeugdboek Perenbomen bloeien wit. Na zijn literaire succes kwam het opnieuw uit als boek voor volwassenen. Het is een indringend verhaal over drie broers, een vader en een hond. De familie krijgt een auto-ongeluk terwijl ze discussiëren over de kleur van de perenbloesem. Gerson, de jongste zoon, raakt daarbij in coma en blijkt blind geworden. Vader en zonen proberen met de handicap om te gaan, maar de machteloosheid druipt van de pagina’s. Hoe goed bedoeld hun pogingen ook zijn, ze zijn niet in staat om Gerson nieuwe levensvreugde te geven. Een gitzwart verhaal met een onfortuinlijke afloop.
 
‘Boven is het stil’ is Bakkers literaire debuut. De openingszin zet direct de toon: ‘Ik heb vader naar boven gedaan.’ De verteller is Helmer, een 55-jarige boer en de helft van een tweeling. De andere helft, Henk, is jaren geleden verongelukt terwijl zijn vriendin Riet achter het stuur zat. De dood van Henk heeft een zware wissel getrokken op het leven van Helmer. Hij werd boer tegen wil en dank. Maar er blijkt onderhuids veel meer te spelen op de kleine boerderij aan de vaart in het Waterland. Als Riet jaren later weer opduikt, blijkt ze een zoon te hebben van een inmiddels overleden varkensboer, die ze naar Henk heeft genoemd. De jongen komt logeren op de boerderij, wat het nodige losmaakt in Helmer. Terwijl vader boven gestaag zijn sterfdag tegemoet gaat, gezelschap gehouden door een bonte kraai op de tak van een es, krijgt zoon Helmer langzamerhand grip op zijn leven.
 
‘Boven is het stil’ is een verhaal over leven in plaats van een ander. Over de tweede viool, die noodgedwongen de eerste moet spelen. Een verhaal met personages die bijna mythisch zijn in hun gewoon-zijn: de melkrijder, de stugge boer, een veehandelaar die altijd hetzelfde vraagt en de zorgzame buurvrouw Ada. Een streekroman, maar dan beter.
 
Gerbrand Bakker schrijft groots, in korte sfeervolle zinnen. Geen woord te veel, dus. De sfeertekeningen van het verstilde landschap zijn werkelijk fenomenaal. Vanaf de eerste pagina grijpt hij je beet, waarna je nog maar één ding wilt: doorlezen. Niet dat er veel gebeurt in zijn boeken, het verhaal zit in de kleine dingen van het leven, die hebben betekenis. Bij Bakker heeft het leven nog geheimen. Toch is Bakkers wereld in meerdere opzichten klein. Er is geen uitzicht, geen vergeving of verzoening. Boos blijft boos. Troosteloos blijft troosteloos. Dood blijft dood. Helaas blijft ook in die zin Bakkers wereld te klein. En dat maakt het lezen van zijn knap geschreven boeken niet tot een vrolijk gebeuren.
 
Arie Kok
 
Gepubliceerd: Reveil, juli/augustus 2008.
 
 
De kleine wereld van Gerbrand Bakker
maandag 2 juni 2008